Terwijl ik een beetje in mijn dagboek probeer te schrijven roept Ali me bij zich. Hij heeft gekeken of mijn fiets meekan op de trein naar Mashad, maar dat gaat niet lukken, tenzij ik een Franse hij-is-er-drie-dagen-later strategie wil aanwenden. Dat zie ik niet zo zitten, dus dat betekend een monsterbusrit morgen middag; meer dan 15 uur met de benen opgevouwen in kramphouding.
Daarnaast staat hij op het punt de woestijn in te trekken op naar een dorpje waar hij bezig is een ander hotel in te richten. Prachtig tussen de bergen in een groene oase, te danken aan een limestone ondergrond, een mooi modderbedekt Persisch huis met hoge treden en lage daken. Er tegen over een heus kasteel, dat wellicht in de toekomst ook tot toeristenverblijf omgetoverd wordt. Ik zie het wel zitten; nu de rest van de mensen nog..
Morgen dus in de bus naar Mashad, en vanaf daar eindelijk weer een stukje fietsen, op naar de Turkmeense grens. Dinsdag naar Ashgabat en vanaf daar een tijdelijke radiostilte tot in Uzbekistan, aangezien internet in de tussenliggende gebieden nog niet uitgevonden is..