Miha verteld me de volgende morgen hoe verbaasd hij is dat ik toch nog geslapen heb in de bus, aangezien ik de hele nacht met mijn kop tegen het raam geslagen zou hebben. Ik denk dat hij een grap maakt, maar in de loop van de dag begin ik toch wel heel erg last te krijgen van een pijnlijk gebied rond mijn rechter oog. Niet zo heel grapig dus uiteindelijk, en vraag me zelf ook af hoe ik daar in godsnaam door heen heb kunen slapen.
We begeven ons eerst naar het appartement van een in Iran woonachtige Sloveen die ook in Jazd verbleef. Het kost ons even het juiste adres te vinden, maar eenmaal daar zijn we van harte welkom.
In een taxi vol met Duitse house muziek van een jaar of tien geleden, rijden we onze toer langs de ambassades van Teheran. De Oezbeekse consul blijkt net als zijn Egyptische collega een erg geschikte vent, en is erg gevoelig voor de reden die ik aandraag om eerder naar zijn land toe te willen reizen. Eigenlijk mag hij vandaag geen visa uitgeven omdat zijn secretaresse er niet is, maar dat regelt hij morgen wel zegt hij tussen het 'You are my friend' door, en maakt ter pleke mijn visum in orde.
Turkmenistan is het volgende station. Miha mag het land in, en kan vanmiddag terug komen voor zijn visum, ik mag mijn aanvraag indienen. Wanneer ik vraag naar de mogelijkheden voor een langer transit visum dan de gebruikelijk, omdat 600km in vijf dagen toch behoorlijk pittig is, biedt de consul me uit zichzelf aan om zijn best te doen voor een 10-daags visum. Dat zou natuurlijk helemaal perfect zijn! Even wachten tot volgende week dus.
Bij Kyrgyzie krijgen we te horen dat Miha als Sloveen visum-loos welkom is (mazzelpik) en dat ik zelf beter in Taskent mijn aanvraag kan doen, aangezien alles daar een stuk sneller gaat.
Na een rondje door de stad een een heerlijk ijsje van pistasche noten geserveerd in een bekertje wortelsap, halen we het visum van Miha op, en brengen de rest van de dag door in het appartement van zijn vriend.