Nu dus wel echt weg, maar niet voordat ik nog wat post op de bus gedaan heb. Tegen de tijd dat ik in de pedalen stijg is het dus al wederom het middaguur gepasseerd, maar goed.
Omdat ik volgende week maandag Freek wil gaan ontmoeten in Iran moet ik behoorlijk haast maken. Dubai is nog een kilometer of vierhonderd, en als ik na een dagje varen eenmaal in Iran ben, mag ik waarschijnlijk nog eens 800 kilometer neerzetten. Een beetje krap dus voor een periode van 10 dagen.
Aangezien de grote weg naar Dubai relatief het minst interessant is, besluit ik na wat dollars op Seeb airport verkregen te hebben, op zoek te gaan naareen lift. Even na mijn lunchplek staat een vrachtwagen stil die me best wel een stukje mee wil nemen. Voorzien van een lekker flesje cola gaan we dus opweg. Twee gezellige jonge gasten (een Omani en een Indier) die eigenlijk toch geen Engels blijken te spreken, maar we hebben het naar ons zin.
Na een kop thee ter afscheid een ruim uur later, vertellen ze dat het nog een kilometer of 30 naar Sohar, de eerst volgende stad is. Dat blijkt dus niet helemaal waar te zijn, en daar verkijk ik me dus ook op. Net voor het donker zet ik mijn fiets tegen een winkeltje aan, en kom ik er achter dat ik toch nog wel een kilometeer of zestig moet afleggen wil ik vanavond in een gespreid bedje kunnen slapen.
Gelukig krijg ik op nieuw hulp, dit maal van een jongen, die de functie van een soort veredelde vakkenvuller vervult. Zijn taak bestaat er uit er voor te zorgen dat de producten van de bedrijven waarvoor hij werkt netjes in de schappen staan. Labels naar voren, en doekje er overheen om het stof te verwijderen. Raar baantje.
Hij rijdt me echter in mum van tijd naar Sohar, waar hij me afzet bij een klein hotel. Alles zit al vol, maar wanneer ik aangeef dat ik al mijn kampeespullen bij me heb, en gewoon ergens een kort tukje wil doen, is er op een van de gangen nog wel een hoekje beschikbaar. Aanvankelijk gratis, maar zodra de baas lucht van me krijgt, moet ik toch nog twee rial gaan betalen..