Na Sinaw begint er een andere wereld. Naast het feit dat het hier heerlijk glooit (maar met mate, de weg voert voornamelijk tussen de bergen door en niet er overheen), is hier duidelijk te zien dat dit het rijkere deel van Oman is. De houte krotjes die overal anders als prima leefomgeving voldoen, zijn hier vervangen door halve paleizen, constructies van een aantal verdiepingen hoog, veel pilaren, als het even kan een kasteelmotiefje langs de dakrand, lichtgeel gekalkte muren met ingelegde steentjes en licht groen of blauw spiegelend glas in de sponningen. Grote tuinen (vaak met een paar prive dadels) met een grote muur er omheen, waarachter vaak dan wel nogsteeds de geiten en kippen door het afval heenscharrelen. En natuurlijk een dure four-wheel drive voor de deur (de tweede auto waarschijnlijk in gebruik) om het plaatje compleet te maken.
Vraag me af en toe wel af waarvan men deze huizen kan betalen, maar wie weet zijn het slechts (erg veel) buitenhuizen van the rich and wealty uit Muscat (benieuwd wat ik daar dan kan gaan verwachten).
De snelweg van Sur naar Muscat (en vice versa) is errug druk en ook nog eens redelijk dicht bewoond, maar gelukkig ongedeerd na vele gevaarlijke inhaal-manouvres, weet ik uit eindelijk achter een heuvel toch een mooie overnachtigsplaats te vinden. 's Nachts komen er nog wel een aantal Indiers luid kletsend voorbij lopen, maar ze zijn niet geinteresseerd in mij en mijn tentje en laten me rustig liggen.