Vroeg weg van de doornstruiken en opweg naar het filling-station voor smakelijk Indiaas ontbijt. Net nadat ik vertrek bevind ik me ineens in de Noord-Oost polder, plat met gras en struiken en een kaarsrecht rijtje bomen en een paar schapenwolkjes aan de horizon. De grazende geiten zouden nog net kunnen, alleen de kuddes kamelen zijn een beetje out of place.
Voor de rest recht, plat, nauwelijks wind (zacht briesje van schuin achter opzij), lekker warm en aan de rechter horizon de zandheuvels van de Wahiba Sands nog net zichtbaar. Tempo zit er dan ook goed in, en wanneer ik tegen de avond mijn kamp weer op sla, staat de teller boven de 130 en is het nog 75km naar Sinaw.
Ik blijk mijn tent neergezet te hebben op mestkever-central; de zon is nog niet onder of de eerst zo dode woestijn komt tot leven en krioelt met zwart rond rennend wild. Allemaal wel ingesteld op wat sociale interactie besluiten ze massaal intrek te nemen onder mijn tent, en even later is het dan ook een drukte van belang met graafgeluiden overal onder mijn grondzeil (maar o wee als je te dicht bij het gangetje van je buurman komt, dan is het natuurlijk knokken geblazen). Aangezien ik niet veel zin hem morgen wederom een van deze beestjes in mijn schoenen aan te treffen, besluit ik die voor een nachtje (maar dan met hoge uitzondering} maar een keertje binnen te laten slapen.