Het werk van gister is niet voor niks geweest, want na een middag overhard en aan het einde veel wegwerkzaamheden, kom ik vandaag op een heerlijk glad stukje asfalt terecht. Ik heb ook nog eens wind mee, dus als een speer schiet ik terug richting Hilff. Stabiel op 30 per uur, wat bevoorrechte positie dat je als een race-fietser bijna altijd op deze heerlijke snelheid mag rondrijden.
Een goede ontbijt-lunch later sta ik op de kade. Dit maal is de voorbereiding tot overtocht nog bijzonderder dan de vorige keer. Nadat een potige matrone het vertrek meer dan een uur weet uit te stellen, omdat ze nog een speciaal setje documenten wacht, blijkt er net na vertrek nog een landcruiser mee te willen. Er wordt dus opnieuw illegaal op een onverharde golfbreker aangelegd, zodat meneer Landcruiser ook nog mee kan. Hij heeft echter het lef te beweren dat hij echt nog even wat boodschappen moet doen voor hij mee kan, dus voordat we eindelijk afmeren, liggen we nog een ruim half uur op de extra laatkomer te wachten. Als we eindelijk wegvaren, komt de andere boot (die gelijktijdig vanaf de andere kant zou vertrekken), inmiddels de haven binnen gevaren..
Ik heb besloten mijn plan naar Sur te liften te laten varen, maar het lijkt me in verband met visumtijd (heb nog maar een week) wel slim om de eerste 80km over de zelfde weg terug een lift te regelen, aangezien ik op die manier een dag zou winnen.
Ik mag meerijden met een lege vrachtwagen die naar Muscat toe moet. Prima, want dan kan ik mijn fiets in een keer intillen en hoef ik niet af te laden. Nadat de wagen binnen 30 kilometer voor de tweede keer stilvalt met oververhitte motor, en we de eerste keer reeds onze gehele watervoorraad (waaronder ook het grootste deel van mijn waardevolle drinkwater) hebben gebruikt, en er geen duidelijk plan bestaat hoe op deze vrij uitgestorven weg aan meer koelwater te komen, heb ik mijn lot inmiddels wel door. Dit liften is toch niks voor mij, dus ik klim weer op mijn fiets. Ruim anderhalf uur later wordt ik door mijn chauffeurs weer ingehaald, maar ik bedank voor hun aanbod weer achter op te klimmen, en rijd rustig verder.
Na een gigantische lading fruitsap (dat hier trouwens heerlijk goedkoop is), sla ik mijn heil op tussen een massa gevaarlijke doornbomen, die er middels hun naalden bijna voor zorgen dat ik mijn eerste lekke band mag gaan plakken.