Een tiental kilometers na vertrek arriveer ik bij het tentenkamp van de Omani Whale and Dolphine Research Group. Toevalllig, want van Kate, een ex-pat in Muscat, die me een aantal keer van zeer goede informatie heeft voorzien, had ik al de contactgegevens gekregen van een van de oprichters van de groep. Ik wist dat ze op dit moment op Masirah aanwezig zouden zijn, en had zelfs overwogen om ze even te bellen, en nu kom ik dus zomaar op het strand hun tentencomplex tegen.
Rob, de persoon waarover Kate me verteld had, is helaas niet aanwezig, maar ik heb een gezellig lunch met Ian en Louisa en de andere aanwezige vrijwilligers. Ze hebben al veel gezien en gevonden, en zijn afgelopen week zelfs in hun kleine rubbere bootje door een kudde walvissen omsigeld geweest, maar toch hebben ze minder kunnen doen dan ze graag hadden gewild, aangezien de wilde golven vaak verhinderen dat ze de verschillende beesten goed kunnen identificeren.
Verder is Ian, die zelf milieu-bioloog is, vrij somber gestemd over het natuur- en landschaps behoud van de Omani. Prachtige koraalriffen zijn in een paar jaar tijd leeggevist, vissers vangen veel meer dan ze kunnen verwerken, en dumpen het (natuurlijk inmiddels dode) overschot terug in zee of op het strand, en alhoewel Masirah als eiland een speciale status heeft gezien de grote schildpadden populatie die hier jaarlijks nesteld, laat de overheid niet van zich horen, wanneer er op een van de belangrijkste neststranden een groot hotel resort gebouwd wordt.
Na de lunch gaat de weg over in een vrij uitdagend spoor van gravel en mul zand, waar ik me de rest van de dag door heen sleep. Lastig, maar een hele andere manier van fietsen, waarbij je super geconcentreerd moet blijven rijden; iets heel anders dan het kilometers asfalt met tegenwind afrollen.
's Avonds vind ik onderkomen in een kleine vallei die heerlijk geurt van de wilde kruiden die er bloeien. Grappig dat het lijkt dat je reukvermogen intenser lijkt te worden na een lange relatief geurloos (kwa omgeving dan) woestijnverblijf.