Na de afgenomen visvangst gister (die vanaf vandaag trouwens weer op peil is), leer ik vandaag nog een ander nadeel van de regen. De weg terug naar Duqm is een grote modderpoel geworden. Dit wist ik eigenlijk al, aangezien ik hier natuurlijk ook vanuit Duqm heen ben gekomen, maar toen kreeg ik een lift van Said..
Aanvankelijk rijd ik lekker door, totdat ik bij een waterbak aankom, die zich over de gehele weg uitstrekt. Er omheen, denk ik dus, om vervolgens in een diepe laag modder naast te weg terecht te komen. Dit herhaalt zich nog een aantal keer, dus binnen de kortste keren zitten mijn fiets onder de blubber en loopt hij aan alle kanten aan.
Zonder gebruik van remmen om onnodige slijtage aan mijn remblokjes te verkomen rijd ik heel rustig door naar Duqm, in de hoop aldaar bij de benzinepomp iets van water te vinden. In plaats daarvan vind ik Said, die me naar een autowas cq garage even buiten het dorp brengt.
Vervolgens ben ik dus even een lekker tijdje bezig met fietsonderhoud, en hoewel ik al rond een uur of half tien vanaf de visfabriek vertrok, is het al ver voorbij het middag uur als mijn remblokjes schoon zijn, mijn ketting gesmeerd, en mijn fietsje weer glimt van geluk.
De weg naar het noorden is een mooie, veel gevarieerd woestijn landschap met scherpe contrasten te zien, al rijd ik naar mijn gevoel niet echt lekker door. Even na vijfen arriveer ik bij een fillingstation, waarbij ik mijn avondmaaltijd in de vorm van vis met rijst naar binnen werk. Waarschijnlijk waren ze bang dat ik als zeldzame buitenlandse toerist vanuit hun keuken een Salmonella infectie zou oplopen, want de vis is zo extreem diep gefrituurd dat er weinig van over is.
Terwijl de zon zich even later al achter de woestijnrand begeeft, sla ik tien minten verder een zijspoor is, om ergens een plekje te vinden om de nacht door te brengen.