Het was vandaag zwaar bewolkt met een overal aanwezige neiging tot neerslag. Ik had niet verwacht dat ik ooit een verslag vanuit Arabie met een dergelijke zin zou kunnen beginnen, maar doe het nu dus toch. De regen van gisteravond deed goed van zich spreken, en 's ochtends werd ik nogmaals getrakteerd op een mooie lichtshow boven zee. De wind blaast met orkaankracht (okee, lichtelijk overdreven) en overal om mee heen zijn pikzwarte en ravelige wolken te zien. Ik heb er zin in!
Na een stevige work-out voor mijn bovenlichaam (volbepakte fiets door mul zand duwen) sta ik een half uur later weer op de weg. De mooie en platte tarmac road loopt door een toch wel heel ander landschap dan de afgelopen dagen (groen-grouw landschap, met aan de linkerkant wit-zwarte en sterk contrasterende platte heuvels en aan de rechterkant af en toe heel in de verte de zee). Met enige regelmaat voert ze me door ondergelopen wadi's, waar ik als een kind zo blij door de grote plassen of kleine riviertjes heen cross. Wat kan een beetje water je toch ineens gelukkig maken!
Het land zelf weet duidelijk niet wat het met al dat water aan moet. Overal zijn grote plassen langs de weg te vinden, en ik zie hagedissen, gecko's en zelfs een slang die zich ten einde raad maar op de asfaltweg begeven op zoek naar een droog plekje. Gelukkig voor hun is het hier niet zo druk, anders zouden ze het waarschijnlijk niet overleven.
De onyxen uit het Arabian Onyx Reserve denken hier helaas niet net zo over, en alhoewel ik een groot deel van de dag door dit reservaat rijd, zie ik er niet een.
Tegen vieren kom ik uitgeput van de tegenwind die me al de hele dag gestriemd heeft, eindelijk aan bij het kruispunt Madraka/Duqm/Haytam. Geen filling-station, winkeltje of wat dan ook. Het is hier leeg als in Amerikaanse westerns. Desolaat landschap, verlaten asfalt weg en daarnaast een lang sliert van telefoonmasten. De enige gebouwen die te vinden zijn zijn twee constructies die aan een soort van moskee doen denken, en een bushokje. Ik besluit mijn toevlucht te nemen in het laatste, en te wachten tot morgen de zon weer opkomt.