De ochtend gaat voorbij met aan mijn linkerkant de altijd aanwezige oliepijpleiding, vaak aan de rechterkant afgewisseld van eindeloze leegte door grote groepen ja-knikkers (hier 'donkey-heads' genaamd). Op een gegeven moment staat een van de donkeys dusdanig dicht bij de weg (met zelfs een kleine oprit) dat ik de verleiding niet kan weerstaan; ik moet even een kijkje nemen.
Een tiental minuten bewonder ik dus de machinerie en het mechanisme van deze olie-zuigende machine. Trouwens ook fotogeniek die dingen. Waar ik me over verbaas is de totale afwezigheid van enige vorm van beveiliging, geen hekken, geen veiligheidsmensen, en het bedieningspaneel staat in een hoek, zonder enige vorm van hindernissen voor mij op bijvoorbeeld even op de 'stop'-knop te drukken. Lijkt me echter toch niet zo'n slim idee, dus ik rijd maar verder.
Na een paar uur fietsen kom ik in Nimr aan. Geen fillingstation hier zoals beloofd, dus even zoeken waar ik aan iets te eten kan komen. Bij het PDO-kamp zijn twee kleine winkeltjes, maar beide gesloten. Na even zoeken vind ik in Nimr zelf ook een supermarktje, waar ik een verandering van dieet bij elkaar koop: vanaf nu alleen nog maar dingen die ik zonder koken naar binnen kan werken.
Wanneer ik mijn voorraad noten, bonen, haver, sesam en melkpoeder weggestopt heb, raak ik aan de praat met een gezellige dikke Egyptenaar, die voor PDO werkt.. Hij bied me (zoals bijna iedereen hier in Oman) zijn hulp aan, en zegt alles voor me te willen regelen wat er maar binnen zijn bereik ligt. Natuurlijk bedank ik hem daar vriendelijk voor, maar geef aan dat ik zojuist boodschappen gedaan heb, en eigenlijk alleen nog op zoek ben naar een bakker om nog wat brood te kopen.
Hij neemt me mee, en even later zitten we dus samen op zijn compound aan een uitgebreide lunch van vis en rijst, en geeft een van zijn mannetjes opdracht mij van voldoende frisdrank en sandwiches te voorzien om naar Muscat te kunnen fietsen. Even later liggen er dus ook nog een gigantische stapel broodjes ei en tonijn en een aantal donuts voor mijn neus, vergezeld van een stuk op vijftien (!!) blikjes cola, 7-up en fruitsap..
Veel te veel om mee te kunnen nemen natuurlijk, iets waar hij aanvankelijk niet van wil weten, maar als ik voor zijn neus mijn tassen inpak en laat zien dat ik toch echt geen ruimte heb voor nog meer frisdrank geeft hij zijn protesten op. Aan het einde van de middag klim ik dus weer in het zadel en zet bepakt en bezakt (en voor de komende 24-uur, mede mogelijk gemaakt door PDO) koers richting Rima.
's Avonds bij tent opzetten zie ik een gevaarlijk uitziend beest, centimeter of tien, zwart, gele stippen, dat zich aan de zijkant van een van mijn tassen vasthoudt. Concludeer na enige studie (van een veilige afstand) dat het een soort van sprinkhaan moet zijn, maar wat en hoe en waarom, biologen, laat van u horen!