Cairo!
Na het ontbijt besluiten Pauline en Mishi het op een rustdag in Suez te houden. Alleen rijd ik dus weer verder richting Cairo. Saaie dag verder, leeg landschap, veel verkeer, weinig speciaals behalve dan een of andere klojo in een okergele jaren-80 Opel Kadet, die het nodig vindt en poging te wagen een glazen flesje naar mijn hoofd te slingeren. Het voorwerp spat enkele meters rechts van me op het asfalt uiteen, verder niets aan de hand behalve een boel frustratie.
Na donker eindelijk aankomst in de grote stad, mensen rijden als gekken, en na getuige te zijn geweest van een ongeluk waarbij twee kinderen betrokken zijn (beide gelukkig niet te ernstig gehavend), word ik even later met vuurwerk in de stad onthaalt, slalom ik door files op de highway, verbaas ik me dat veel mensen weigeren opzij te gaan wanneer een ambulance aangeloeid komt, raak ik hopeloos verdwaalt door gebrek aan bordjes, en als ik uiteindelijk besluit iemand de weg te moeten gaan vragen, realiseer ik me ineens dat ik me slechts twee straaten van het Dahab Hotel vandaan bevind.
Wonderbaarlijk na drie rondjes door de stad dus toch aangekomen, is er eerst geen kamer beschikaar, totdat ik Lesley tegenkom, waarmee ik een hallo-tot-ziens relatie aan het ontwikkelen ben. Zij staat op het punt haar vlucht te halen, en het blijkt dat haar kamer nog niet vrij gegeven was. Meteen ook al weer omgeven door grote groepen mensen die ik vorige maand hier ook al zag, mag ik dus toch nog blijven slapen.