De weg naar beneden.
Wanneer ik wakker word, is Ezzat druk bezig vers brood te bakken. Een heerlijk goedje dat een beetje aan pannenkoeken doet denken. Beetje ei, honing of kaas erbij, combineren met een glas thee en smullen maar. Helemaal niet gek zo'n gecaterde reis eigenlijk. Voor de geinteresseerden; voor komende zomer zijn er plannen voor een meer-nachtse mountainbike-tocht bij volle maan; klinkt goed toch?
Na een vluchtig afscheid met de Zwitsers scheiden onze wegen; zij richting Dahab, en ik na op mijn derde fietsdag dan uiteindelijk naar Catharina (een weg die ik hoopvol in slechts een enkele dag wilde afleggen). Het klooster laat ik dit keer maar even liggen, aangezien de massaal voorbij stormende bussen wederom niet al te veel goeds beloven, en verrast kom ik er achter dat de pas die op mijn kaart staat aangegeven geen klim behoeft; afdalend zoef ik dus mijn dag tegemoet.
Ik rijd door een grote brede wadi, rustig naar beneden. Door de wijdsheid wat minder spectaculair, maar mooi blijft het. Een stuk meer water hier ook (relatief dan), en om de haverklap zijn er hier en daar oases langs de weg te ontdekken. Mooiste is waarschijnlijk die van El Feiran; kilometers lang palmbos (van die hoge Bounty dingen) langs bede zijden van de weg.
Aan het einde van de dag een inschattingsfout bij het berekenen van mijn kampeerplek, waardoor ik me ineens al op de 'snelweg' naar Cairo bevind. Tot mijn grote schrik is aan beide zijden enkel veel zandvlakte zonder relief, maar wel met heel veel wind te bekenen; onmogelijk daar mijn tentje neer te prikken dus. Ten einde raad besluit ik maar door te rijden richting het eerst volgende plaatsje een kilometer of 40 verder op.
Makkelijker gezegd dan gedaan, en met volle wind tegen ploeter ik dan ook door het landschap heen. Met nog een minuut of tien daglicht over (zon is inmiddels onder) vind ik een zijstraat, waarnaast ik een aantal kilometers later mijn dagelijkse bouwtafareel uitvoer.