Na een misverstand rijden we over de snelweg Tripoli uit richting Beirut. Hoewel het redelijk doorrijdt, toch erg veel verkeer en dan komen we er achter dan er ook een mooi stil paralel weggetje is. Van de snelweg naar de parelel dus.
Naar mijn idee en vrij saaie route, heb het niet zo op kustgebieden, een soort voor saaie passieve depressiviteit hangt daar, zeker zo in het laag seizoen. Byblos, de plaats waar de Feniciers destijds het alfabet uitvonden (na de fiets zeker toch een van de beste uitvindingen van de mensheid al zeg ik het zelf), is weinig interessant, en behalve een lekker gegrilde kip met patatjes is er weinig te zijn.
Even later moeten we toch weer de grote weg op richting Beirut, waar we vol stress en adrenaline bij Talal's Hotel aankloppen. Bijna komt het nog tot een ruzie (ik en ruzie, kan je nagaan) wanneer we aanvankelijk onze fietsen niet binnen op het balkom mogen stallen maar ze praktisch buiten moeten laten staan, maar Romain weet een en ander te sussen, en even later zitten we samen in een donker hoekje van onze kamer van de stroomuitval te genieten en bij te komen van de laatste toch wel erg arelaxte kilometers de stad in met een biertje in de hand.
's Avonds nog even de stad in en bij de lekkerste ijssalon in Libanon beland, waar we heerlijk genieten van de hoeveelheid koude zoetigheid die ze ons voorschotelen (Mag ik een ijsje met twee bolletjes? Bij het tweede bolletje, 'neem er nog maar een, en nog een, gratis, special price'). Smullen dus.