Omdat de grensbeamte die ons eergister hielp erg enthousiast vertelde over de valei rondom Bcharre, en dit tevens het gebied was waar ik eventueel overwoog om te gaan skieen, besluiten we onbepakt in het zadel te klimmen en eens een lekker stukje te gaan fietsen.
Romain voelt zich niet al te lekker, en samen met Helene heeft hij toch wel wat moeite de berg op te komen. Verschillende keren wacht ik een aantal minuten op ze om ze bij te laten komen, maar dan besluit ik dat ik daar zelf eigenlijk helemaal geen zin in heb. We spreken dus af elkaar ergens boven in een cafeetje te zien en verder apart te fietsen.
Het eerste stuk van de weg is eigenlijk niet interessant, bijna vervelend zelfs, vies en veel verkeer. Pas bij het passeren van een legercheckpoint na een kilometer of 20 vanaf Tripoli wordt de weg een beetje rustig, de natuur mooi, en gaat het uitzicht weer ergens over. Ik word nog even aangesproken door een Amerikaanse Libanees die op familiebezoek is en zelf thuis ook veel fiets, en sta na een aantal uur lekker klimmen boven in Bcharre.
Hoewel het nog een aantal kilometer naar het skigebied is, zie ik vanaf hier al dat het nooit mogelijk gaat zijn kom de komende dagen een mooie stukje te gaan glijden, daar is no-way genoeg sneeuw voor. Jammer, want ik had me er zo op verheugd.
Heb honger dus zoek een klein cafetaria en bestel een broodje alvorens aan de afdaling terug te beginnen. Hoewel de eigenaresse een erg leuke meid is, doet ze er maar liefst een ruim uur over om een broodje kipkebap voor me in elkaar te zetten. Dat is weer niet helemaal de bedoeling, en ik was juist naar dit cafetaria gegaan omdat ik hoopte dat ze snel iets voor me klaar konden maken, aangezien ik niet erg veel daglicht meer had om terug te komen..
Tegen vieren sta ik dus eindelijk weer buiten. Erg aan het twijfelen of ik nog wel terug moet rijden, maar wanneer ik het goedkope pension dat Haddad me aanbevool niet kan vinden en de laatste bus naar Tripoli al vertrokken blijkt, besluit ik toch maar het beste te maken van mijn resterende krappe uurtje licht.
Word tijdens de afdaling echter verrast door een nog tussenliggend stijl klimmetje, en terwijl ik me omhoog zwoeg zie ik de laatste straaltjes daglicht achter de bergen verdwijnen. Zachtjes nurie ik een aantal regeltjes Pink Floyd voor em uit ('And you run to catch up with the sun, but it's sinking - Racing around to get up with you from behind - The sun is the same in a relative way, but your older - Shorter of breath, and one day closer to death').
De echte afdaling kan dan pas beginnen, eerst nog net zichtbaar, maar dan moet toch echt het licht aan. Licht. Ik zet mijn dynamo aan en, he, daar klopt iets niet. Geen licht? Voor niet, achter niet. Oei.. Geen idee hoe dit op te lossen dus ik zet de afdaling voort in het pikkedonker. Gelukkig een redelijk goede weg en nauwelijksverkeer, dus ik sjees voort.
Meer naar beneden wordt het echter problematischer, wanneer ik constant verblind word door mijn tegenliggers. Een maal beneden rijd ik de benen uit mijn lijf om maar zo snel mogelijk uit de duisternis een beetje licht en veiligheid te kunnen bereiken. Heb het koud, maar doe mijn zwarte jasje niet aan, aangezien mijn Skits shirtje me tenminste nog enigszins zichtbaar houd.
Zonder brokken kom ik even later aan in een stadje een aantal kilometer voor Tripoli. Mijn mazzel dat het avondspits is; het verkeer staat stil, en ik slalom er tussendoor. Dan nog een aantal kilometers donker en ik ben weer thuis. Pheew..
Helene en Romain blijken een soortgelijk probleem gehad te hebben, alhoewel zij het noodgedwongen anders oplosten. Op het hoogste punt van de klim brak hun ketting, terwijl ze geen pons bij hadden. Kettingloos dus 30km afgedaalt en daar in de schemering een lift aangeboden gekregen van een voorbijganger.