Het is koud vandaag, en niet zo'n klein beetje ook. Ondanks het feit dat ik een mooi boek heb weten te vinden in de boekenkast alhier, heb ik niet echt veel zin om in het verwarmingsloze pension te verblijven met een boek onder de wol. Ik kleed me dus maar warm aan en ga op weg.
Ik besluit al snel dat ik het niet verstandig vind met dit weer de bijna 1800 meter hoge pas naar Guzelyurt over te steken (alhoewel ik zelf al op ongeveer 1500 meter zit), en rijd dus via een alternatieve route voort. In een hoog tempo rijd ik door, zodat ik warm kan blijven.
Na een korte lunchpauze van niet meer dan 10 minuten ben ik weer helemaal afgekoeld, dus al snel ga ik weer vol gas verder. Om me heen vallen de eertse sneeuwflokjes al naar beneden, en de mensen in de dorpjes die ik passeren zwaaien als gekken naar me dat ik toch alsjeblieft bij hun binnen moet komen. Ik ben echter toe aan een warme hotelkamer, die ik in Nevsehir hoop te vinden, en blijf doorcrossen.
In Nevsehir aangekomen zie ik dat ik stevig doorgereden heb en realiseer ik me dat het nog maar 10km naar Goreme is. Ik besluit dus nog even door te bikkelen.
Niet al te veel later word ik geroepen. Aan de andere kant van de straat zie ik iemand (een meisje?) op een rare hoge fiets voorbij komen rijden. Ik kijk, en kijk nogmaals, realiseer me dat ze bagage op haar fiets heeft zitten, en kom tot de conculsie dat ze toch echt een toeriste moet zijn. Ik wacht dan ook geen moment, en draai mijn fiets om.
Na een kort sprintje haal ik Marie-Louise in. Ze rijdt op een dubbelframe fiets (ofwel twee frames op elkaar) en maakt deel uit van het Cycloon fiets circus, en even later sta ik dan omsingeld door een groep gekke fietsers met iedereen te kletsen. Helaas moeten we het in verband met de invallende duisternis kort houden; ik rijd door naar Goreme, zij de andere kant op, in de hoop ergens een grot te vinden waarin ze kunnen overnachten.