Bij het ontbijt raak ik in gesprek met de Duitse familie. Hij Duits, zij Colombiaans, een van de kinderen geboren in Canada en hun Zwitserse (en enkel Frans-sprekende) neefje. Een bont gezelschap dus. Ze maken een tocht naar de Bodensee met hun kinderen van 7, 11 en 12. Zij dragen alle bagage op tandem-met-aanhangwagen (loodzwaar), de kinderen niks, en dan ook nog eens door behoorlijk heuvelachtig zuid-Duitsland.
We besluiten samen naar de lokale Inter Sport te rijden, aangezien ik wat kleren zoek en zij nog wat onderdelen nodig hebben. Daarna wil ik proberen nog een stukje met hun mee te rijden. Dit gaat echter zo langzaam (logisch met al die bagage) dat ik na een kilometer of vijf afscheid van ze neem.
Na een klimmetje over de Rijn-Donau waterscheiding, via een ouderwetse markt in een klein dorpje over de Donau heen (daar nog een liefelijk klein stroompje in vergelijking tot de monsterlijke afmetingen die de rivier in Oostenrijk en Roemenie inmiddels aangenomen heeft) daal ik in een keer af naar de Bodensee.
Krijg meteen spijt van mijn plan er langs te rijden. want wat is het daar druk zeg! Wist ik eigenlijk vooraf ook al, maar leek me geen probleem zo lang ik er in een keer langs zou rijden. Dat lukt dus niet. Een kampeerplek zoeken is eigenlijk onmogelijk, aangezien alles hardstikke vol is. Uiteindelijk zet ik mijn tent maar ergens (op een zeer slechte plek) in een boomgaard neer.