Het is al weer behoorlijk lang geleden sinds de laatste update, veel gebeurd, maar aan een eerder schrijven kwam ik eenvoudig weg niet toe. Er is veel gebeurd, dus vandaar een verdeling over twee verschillende postings; over een week of twee de voltooing van het verhaal wat ik alhier zal beginnen.
De laatste keer sloot ik af met het feit dat ik voor een keuze stond over hoe verder. Het antwoord is dat ik uiteindelijk tot een ontdekkingstocht door Tadjikistan gekomen ben. Over een van de hoogte wegen ter wereld, extreme hoogtes en eeuwige sneeuw. Het zolder van de wereld, ofwel de Pamir Highway. Maar zo ver is het nog niet.
Vanuit Bukhara zette ik koers rihting Samarkand. Over saaie platte wegen, die er gek genoeg precies zo uitzagen zoals ik me Oezbekistan voorgesteld had. Landbouwgronden, groen, plat en vruchtbaar, een duidelijk contrast met de woestijnen van Turkmenistan. Natuurlijk ook een lekker windje tegen, want dat hoort er bij. Politie agenten die soms vervelend waren (zoektochten door mijn onschuldige bagage), maar op het volgende moment opeens ook weer heel vrendelijk bleken (gratis kilo's tomaten en sloten thee).
Via Shakrisabz, geboorteplaats van Amir Timor, en bevolkt met interessante ruines, over de prachtige bergen als een verjaardagskado op de geboortedag van mijn vader, en heerlijk afdalen met velgen vol moder en stuiterende waterflessen.
Samarkand is een sprookje. Pontificaal in het midden van de stad staat het vol met prachtige bouwerken, madrassa's en andere religueze gebouwen, in azuurblauw motief, met springende tijgers en gouden koepels. Het paleis van Bibi Miriam, die de bouwmeester verleidde en er via haar furieuze gemaal voor zorgde dat alle molsimvrouwen voortaan gesluierd door het leven gingen, en impossante graftombes volgekleurd met hakenkruizen, die destijds en hele andere betekenigs hadden.
In Samarkand ontmoet ik ook Franse fietser Jean Francois en Deen Leo. Daarnaast wederom Karin op de motorfiets die ik eerder in Iran tegenkwam. The crazy people always meet, leerde ik in Shakrishabz, dus eenmaal in Tashkent voor visumzaken kom ik ook Stefaan en Tara weer tegen.
De laatste visa voorafgaand aan een half jaar relatieve vrijheid leveren geen problemen op, zodra ik eenmaal de niet al te vriendelijke Chineese ambassade medewerker door heb, en binnen twee dagen ben ik dan ook een paar mooie stickers rijker die me machtigen tot het bezoeken van Tadjikistan, Kyrgistan en China.
Ondertussen word ik in de watten gelegd door de medewerkers van een farmaceutische groothandel in de hoofdstad. Op hun kosten word ik overgeplaatst naar een viersterren hotel met een gigantische ontbijt, en de gehele dag ben ik voorzien van gezelschap. In het ziekenhuis ben ik getuige van een hartoperatie (met Nederlandse aparatuur, word me trots verteld), over dag een gids door de stad voor de aanschaf van een paar warme kledingsstuken, en 's avonds iedere keer weer een heerlijke culiaire ervaring. Jammer alleen dat ze het concept restaurant hier iets anders opvatten dan thuis in Nederland; de muziek of het entertainmet gaat altijd op vol volume, dus aan een beetje gesprek valt helaas niet te beginnen. Als klap op de vuurpijl krijg ik bij vertrek een gigantische Uzbeekse winterjas in mijn armen gedrukt, voor het geval ik het onderweg in Tadjikistan koud zoukrijgen..
Papieren eenmaal in de zak is het inpaken en wegwezen geblazen, en rijd ik samen met Leo Tadjikistan binnen. Wouw, wat een prachtland! Ruige wegen, pure landschappen en prachtige mensen. The Seven Lakes, Iskanderkul en de Anzob pas, de eerste dagen rijd ik continue met mijn mond open, van zowel inspanning als verwondering. Spectaculiar, en via de smeltende gletsjer rivieren die modderig over de weg naar beneden sijpelen, naar adem snakkend over de drieduizend meter heen en op naar Dushanbe.
Het is even wennen aan Leo, en door tempoverschil raken we elkaar onderweg kwijt. Dan maar alleen verder. De mensen langs de weg zien er niet al te gezod uit, krijg het idee van ondervoeding of misschien een loodvergiftiging. Het water smaakt echter prima, en vitamientjes zijn hier nog redelijk goed te verkrijgen. Ik geniet van alles om me heen en kampeer in een verlaten weiland aan de andere kant van een middels doorgeroeste deur bebrugde rivier.
In Dushanbe ga ik op zoek naar Sussie die me bij haar thuis uitnodigde. Amerikaanse werkzaam voor een NGO, twee jaar jonger dan ik, maar reeds in leidinggevende posities over projecten in Afganistan en Tadjikistan. Haar vinden is nog even lastig, aangezien ik op een zondagavond en na zonsondergang arriveer. Een nachtje gastvrij bij de buren dus maar.
Na een paar dagen heerlijk ontspannen in Dushanbe (en natuurlijk wederom een ontmoeting me Stefaan en Tara, die hoe langer hoe serieuzer beginnen te overwegen binnenkort maar eens kun backpack achterop een rijwiel vast te gaan knopen), is het tijd om verder te gaan. Op veler advies verder via de 'nieuwe weg' naar Khorog, die stukken beter zou zijn dan de normaal gangbare route naar het oosten.
Om tijd te sparen eerst een stukje met de taxi naar Kulyab, oraniseren is nog een hele toer, maar uiteindelijk vind ik de eigenaar van een oude Volga die mijn fiets overdwars in zijn achterbak weet te proppen. Met een tufgangetje op weg, de reis duurt twee keer langer dan normaal, en al het gestuiter zorgt voor behoorlijk wat lakschade aan mijn frame.
Langs het prachtige Nurek stuwmeer naar boven toe, en vervolgens langzaam glooiend naar beneden, door een gebied volgeplant met fruitboomgaarden. Vanaf Kulyab in het zadel. Langzame progressie vals plat bergop, en een nachtje in een met slangen bevolkt weiland.
De weg zwoegt voort heuvel op, en ik hoor in eens verhalen over een andere fietser die niet al te ver voor me zou rijden. Ben echter niet in de positie me hier te gaan haasten, dus ik zie het allemaal wel. Gebakken paddestoelen als powerfood, en dan over een bergpas de GBAO binnen. Militairen correct en netjes, maar de politie maakt weer eens problemen en willen smeergeld zien. Bekijk het maar en tot ziens, want zo werkt dat dus niet.
De afdaling begint soepel, maar wordt dan ruig. Grote losse keien op de weg en door een smalle kloof naar beneden toe. Remblokjes sluiten en genieten dus. Dan breekt het landschap open, en, komt Afganistan in zicht. Zo dichtbij, maar toch ver weg. Prachtig en hetzelfde, maar toch ook niet, en van mij en mijn fiets gescheiden door slechts een 20 meter brede woest kolkende rivier.
Er schijnen in dit gebied op bepaalde plaatsen landmijnen te liggen, dus ben wat huiverig met kamperen. Wanneer ik na een paar brugloze rivieren eindelijk bij een eethuisje aankom, doemt daar ineens een bekend gezicht op. Leo! Kamperen op een pracht spot naast de WC's (geur even wegdenken), en dan blijkt Leo in eens vanzins samen verder te willen rijden. Dat had ik niet verwacht!
Samen zetten we dus koers richting de Pamirs. Dit keer een stuk harmonieuzer, en vol verbazing en genot van de dingen om ons heen. Spectaculaire wegen, heerlijke ruige pieken om ons heen, prachtig Afganistan aan de andere kant van de rivier, breed lachende jonge militairen met grote Kalisnikovs, knie diepe riveren door waden, eerst met de fiets op de rug, maar later steeds meer maar gewoon er volgas doorheen, donderende watervallen die zich neerstorten om het midden van de weg, hellingen van 'acht procent', en eentonige maaltijden van noedels en soep.
In Kaleikhum meent helaas een lokale jongere mijn zonnebril te moeten stelen, terwijl wij uitleg krijgen over waar de landmijnen te verwijderen. Wanneer de bril niet terug blijkt te komen, loopt dit akkefietje bijna uit tot een explosieve situatie in het dorp zelf. De dorpseer is immers geschonden en daar moet iets aan gedaan worden. Politie, en boze ouder, maar mijn bril komt niet terug (waarschijnlijk heeft die inmiddels een gratis zwemles aangeboden gekregen). Dit schiet niet op, en de boel is aan het escaleren. Tijd om verder te gaan dus. Wel mooi kut met de Pamir Highway op het programma, maar daar valt niks aan te doen.
Van de ene prachtige kampeerplek naar de andere, super slechte wegen, meer rivieren, en een verdwaalde zandduin inclusief zandstorm. Dan, met een stuiterende pijn in de buik, komt langs een langzaam stromend rivier-meer eindelijk Khorog in icht. Hier gaat het beginnen.
Vanaf een krappe twee duizend meter zetten we langzaam koers naar boven toe. Een zuilen pasage en het snelste checkpoint ooit, wanneer een taxichaufeur de politie voor me omkoopt. Begeleiding door Engels-sprekende fietsende studenten, en maaltijden van vette vis en brood. Rustig acclimatiseren, dus ontspannen rijden. Dit tempo bevalt me wel.
Binnen twee dagen zonder problemen en over een gladde weg al bijna op vierduizende meter, en dan verder. De eerste pas is afzien, de laatste kilometers stijl en onverhard, mijn lichaam moet zich tot het uiterste inspannen om boven te geraken, maar tussen lagen permafrost een prachtig weerspiegelend meer en omgeven door zingende reuze marmotten, dan heb je ook wat.
De weg hobbelt verder. Afzien is het woord. Slechts steenslag schijdt ons van de groen glooiende omgeving. Tegen de avond arriveren we bij het Pamir Plateau. Kamperen boven vierduizende meter, vanaf zeven uur rillen in de slaapzak, en niet kunnen slapen. Misselijk en drijgende diaree, maar zo extreem en bijna zelfs spastisch trillend van de kou, dat buiten naast de tent hurken een bijna onmogelijke opgaaf is.
Op super traag de volgende dag toch maar verder, en in een eethuis komen we ietsende Zwitsers Stefan en Melinda tegen. Al fietsend overwinterd in Siberie, dus die kunnen wel tegen een stootje. Wij gaan helaas de andere kant uit, en brengen de nacht door in een prachtige yurt van een in Bianchi muts getooide Kyrgyz. Prachtige kijk in het leven van de mensen hier, yaks en geiten in de achtertuin, in de zomer in de tent, maar 's winters toch liever warm binnen in een 'echt' huis.
Naar Murgab is het verder geen probleem meer. Langzaam afdalen, dat is geen probleem, en de omgeving neemt vertrouwde vormen aan. Hoog dat niet zo hoog lijkt, besneeuwde pieken en groen bruin gras op zilte ondergrond. Natuurlijk kom ik mijn gebruikelijke kenniskring weer tegen, en vinden we na dagen slecht en vitamineloos eten eindelijk een pondje abrikozen op de markt. Jammie.
De weg stijgt verder over het hoogste punt dat ik tijdens deze reis zal aandoen, een mooie, maar niet al te uitdagende pas van 4655m. Langzaam stijgen, en een paar venijnige haarspeld bochten aan het einde. De laatste kilometers onverhard, geen punt, maar vervelender is dat er aan de andere kant van de berg een noodweer op ons hangt te wachten. Harde wind, mist en een dreigende sneeuwstorm. De weg blijft slecht, en al vloekend proberen we over de miserabele wasbord weg toch nog zo snel mogelijk naar beneden te komen, want kamperen boven de 4000 meter is gewoon net even te koud.
Hoe we ook proberen, het zit niet mee. Het blijft maar stuiteren, waait als een gek en het doet pijn. In een loeiende storm en met beginnende sneeuwval weten we onze schuilplaatsen op te bouwen, en in vrees dat ik het in mijn niet al te beste slaapzak weer eens te koud zal krijgen, doneert Leo mij zijn wollentrui.
De volgende dag een mooi laagje sneeuw op de tent, maar een prachtige blauwe lucht en de meest verbazingwekkende vergezechten die je je voor kunt stellen. Wouw! Misschien dat we toch een paar dagen te vroeg naar Tadjikistan ijn gekomen?
De weg klaart een aantal kilometer stoempen later volledig op, en we besluiten een dagje van de aanwezigheid van Kara Kul en Stefaan en Tara te genieten. Helaas diagnostiseer ik op dat moment een flinke speling in mijn achteras. Nu niets aan te doen, hopelijk kan ik dat over een paar dagen in China laten fixen.
Na een voorlopig definitief afscheid van mijn Belgisch/Amerikaanse vrienden, is het tijd voor een laatste stijd. De passen die Tadjikistan en Kyrgistan van elkaar schieden moeten bedwongen worden, en dat gaat niet van harte. Af en toe afwezige wegen, gesloten checkpoints, stevige wind tegen, oneidige klimmen en verschillende sneeuwstormen. Half uitgeput komen we uiteindelijk bij de Tadjiekse wachtpost aan. Op krachten komen met thee, brood en bubbelwater, stempeltje zetten tussen de Playboy posters, laagje sneeuw van de fiets af poetsen, en verder.
Kyrgistan in is nog spannender. Een ruige modderafdaling door een terrein dat voor vele malen groener, en achter vele malen witter is dan bij de buren. Grove stenen door een rivier, meer afdalen, en dan een sprookjesachtig dal op de confluens van twee rivieren. Steile pieken, plukjes sneeuw, en een mysterieuze mist maken het plaatje compleet.
De grens komt er echter niet dichterbij op, het begint een beetje te sneeuwen, maar dan steeds harder, we zien geen hand voor ogen meer, worden omgeven door een aantal centimeters vers pluche op onze tassen, en raken langzaam doorweekt. Dan stopt de weg en moeten we via een onzichtbare spoor naar de overkant van een kolkende rivier zien te komen. Het moet niet veel gekker worden.
Uiteindelijk bereiken we met gevaar voor eigen leven door onzichtbaar geworden keien en gaten toch de grens, opwarmen en bijkomen, maar geen mogelijkheid tot overnachten tussen de militairen. Uiteindelijk bij de invallende duisternis dus maar verder, op naar Sary Tash. Leuk hotelletje, maar enigszins jammer dat ze je als uitgepuutte fietser enkel een gebakken eitje kunnen voor zetten.
Vanaf Sary Tash gaat het rechtstreeks door naar de grens. Heb nog wel wat tijd om rond te kijken als ik wil, maar dat laat ik voor een volgende keer. Eerste indruk Kyrgistan: prachtige land, interessante mensen, binnenkort zeer snel terug komen voor een grotere tocht door het land heen.
Via de Irkestam pas (die ik niet als zodanig heb kunnen identificieren), zet ik dus koers richting China. Verschrikkelijke weg, die onbegaanbaar lijkt, maar een tiental kilometers voor de grens ineens overgaat in een prachtig mooi laagje vers asfalt. Formaliteiten verlopen als een zonnetje, en dan, dan ben ik ineens in China! Amsterdam - China is dus een feit, nu op naar beyond..