Dag allemaal,
Inmiddels ben ik aangeland in Bukhara, Oezbekistan, parel van de Zijderoute, nadat ik al bussend Iran en bikkelend Turkmenistan doorkruisd heb. De teller is (eindelijk) de 10.000 gepasseerd (jeeuw!), en ik heb inmiddels mijn eerste lekke band mogen vaststellen (ik dacht al dat er iets mis was met mijn banden, maar nu wee ik eindelijk zeker dat ze toch normaal zijn en ook gewoon lek kunnen gaan).
Zoals ik vorige keer al vertelde vloog ik vanuit Dubai naar Shiraz om daar Freek en Abel te ontmoeten. Vol verwachting, want Iran zou fiets paradijs op aarde zijn als we iedereen anders mochten geloven. Helaas pakte dat wat anders uit; een prachtige dag in oogverblindend mooi maar errug druk Shiraz, werd helaas op brute wijze afgesloten met een vechtpartij in een restaurant, en dat heeft ons verdere verblijf daar toch wel redelijk getekend.
Eens aangekomen in heerlijk woestijn-relax dorp Jazd hebben we dus besloten het fietsen even te laten voor het was; Freek en Abel zette de route volgens hun plan voort, en ik ontspande wat, en liet mijn fiets uiteindelijk achter onder de hoede van 'papa' Ali. Met een klein rugzakje reisde ik verder naar Teheran, Esfahan en weer terug naar Jazd, om met fiets en al ingescheept te worden richting Masshad.
Iran is een prachtland; hoewel het regime af en toe niet helemaal spoort, lopen de mensen over van de gastvrijheid en spontaniteit (een uitzondering daar gelaten dan) en ben je overal van harte welkom. Hoewel de eerste gedachte vaak die van conservativiteit is, is de realiteit totaal anders; de hoofddoek gaat terug tot halverwege de haarlijn, of wapperd er af en toe alleen een beetje vrolijk achteraan, en als westerse man wordt er volop met je geflirt; toch wel even wennen na alle streng gesluierde burqa vrouwen, die het liefst om je heen keken in plaats van recht in je ogen.
Het regime daar gelaten, is het duidelijk te merken dat de Iraniers diep van binnen niet van die religieuze aard is die ze op een bepaalde manier opgelegd is, maar veel liever een bourgondische laisez-faire houding zouden hanteren. Dus feesten worden alleen gevierd indien er illegale alcohol aanwezig is, en achter gesloten deuren lopen de dames daar schaarsgekleed in het rond. Maar, mocht de politie er achter komen dat je als buitenlander met een Iraanse uitgaat, dan staan je een paar maandjes cel en een uitzetting te wachten.
Tijdens No Ruz, het Iraans nieuwjaar, is het een gekkenhuis. Heel het land doet aan een gigantische volksverhuizing mee, want iedereen heeft vrij. Binnen twee weken crossen sommige mensen het hele land door (wat een hel moet dat zijn), maar de nadruk ligt op Shiraz (waar het mausoleum van poet Hafez, zeg de Iraanse Shakespeare, staat), de ruines van oud Persepolis, en prachtig Esfehan, de mooiste stad van het land.
De hotel prijzen reizen de pan uit, mensen kamperen op de straat, en afgelanden met de laatste modellen digitale (video)camera's struinen ze de straten af. Als buitenlandse toerist een ramp, omdat je bijna onmogelijk rond kan kijken, zonder dat er iemand voor je camera gaat staan, of je voor de zoveelste keer door iemand aangesproken wordt, die een foto van je wil nemen of een praatje wil maken. Hadden we een dollar gevraagd voor iedere foto die ze van ons namen, dan waren we zeker als millionair thuis gekomen. Persepolis kwam hierdoor dus ook niet helemaal tot zijn recht, maar Esfehan daarentegen, was eenmaal stil een hemel. Zoals iemand later heel terecht tegen me zei, zonder een bezoek aan Esfehan heb je Iran eigenlijk niet gezien. Helemaal waar wat mij betreft.
In de buurt van Masshad was het na een aantal weken bus en treintransport, eindelijk weer tijd om in het zadel te stijgen. De bergen in en afzien, owh wat was dat lekker na een lange tijd van niks doen of plat door de woestijn heen. Heerlijk naar boven zweten, en vrij als een vogel naar beneden schieten, terwijl je geniet van de prachtige omgeving. Kamperen als van ouds, en koken op mijn nieuwe brandertje (met nogmaals dank aan Freek en Abel!).
Dan de aankomst in Ashgabat. Welkom in Sim City! President Niyazov van Turkmenistan is een prettig gestoorde mafketel, die naar blijkt erg van dat ouderwetse computerspelletje lijkt te houden; bouw je eigen stad. Heel Ashgabat staat dus volgekitscht met naar zijn smaak gebouwde structuren. De boog van neutraliteit met op de top een metershoog gouden en met de zon meedraaiend beeld van hemzelf, perfect bijgehouden parken, die onder andere gewijd zijn aan het boek waarin hij zijn visie op de Turkmeense geschiedenis uitlegd (en dat door iedereen van buiten gekend dient te worden), en massa's gigantische wit-glazen kantoor en overheidsgebouwen. Wie daar werkt? Niemand; maar ze zien er wel mooi uit, en daar gaat het om toch?
Even zoeken, en dan zie je ook het andere gezicht van de stad; bijna dorps aandoende straatjes, laagbouw met half vervallen huisjes, veel bomen, kippen op de straat, en oude vrouwtjes roddelend in een hoekje in de schaduw. Dit is de gemiddelde Turkmeen die het met veertig dollar of minder een maand vol moet zien te houden, en waarvan de huizen gesloopt worden als meneer de president weer een nieuw complex verzonnen heeft.
Reizen in Turkmenistan is goedkoop (zestig liter benzine voor een dollar, jammer dat ik fiets), maar wordt af en toe een beetje vertraagd door de vele checkpoints, de mensen zijn vriendelijk en wildkamperen is geen probleem. De hotels zijn een ander verhaal, hanteren een groot prijsveschil tussen locals en buitenlanders, en verwachten dat je zonder problemen een lokaal maandsalaris neerhoest, voor een kamer die nog niet kan tippen aan de kwaliteit die je in bijvoorbeeld Iran voor een tiende van de prijs kunt vinden. Ik blijf dus lekker in mijn tentje en geniet van een groengekleurd landschap; wie zei dat Turkmenistan eem grote woestjn was?
Tien dagen later, precies de duur van mijn transit visum-speciaal, zet ik voet op Oezbeekse bodem. Het Midden Oosten is nu definitief voorbij, men begrijpt mij gebroken Arabisch niet meer, het schrift veranderd naar een stuk leesbaarder Russisch, pivo en wodka zijn de lokale drank, een hoofddoek is ver te zoeken en China lijkt ineens binnen handbereik te komen.
Hoe precies nu verder weet ik nog niet, dus dat wordt een verassing voor de volgende keer. Voor nu allemaal nog gefeliciteerd met de Koningin (die als ik me niet vergis dit jaar een dagje eerder jarig was?), en werk ze op deze mooie zonnige Dag van de Arbeid.
Groetjes,
Eelco