Kilo's karton, meters tape, bloed, zweet, tranen en een alcoholstift later is het dan eindelijk zo ver. De taxi is betaald, de porters hebben me afgezet, en de check-in heeft na enig conclaaf mijn lading zonder morren geaccepteerd. Braaf rolt de speciaal voor deze trip gekochte canvaszak over een massa wieltjes uit het zicht, terwijl mijn lieve fietsje door twee stoere mannen naar achter geescorteerd wordt. Nog even en dan is het zo ver; ik vlieg naar Oman!
Meteen nadat ik al weer een behoorllijk aantal weekjes geleden in Cairo aankwam, realiseerde ik me dat Jemen toch niet een al te handig reisdoel was. De boot die ik wilde nemen zou moeilijk te vinden zijn, en alhoewel Saudie Arabie bereidt was me een transit visum aan te bieden, zorgde de toenemende onrust en kidnappingen die ik uit het nieuws begreep, gecombineerd met een praktische onmogelijk tot individueel reizen en de verplichte HIV-test er voor dat ik toch voor een andere optie koos.
Een aantal extra weken in Egypte behoorde dus ineens tot de mogelijkheid langer in dat land te verblijven. Wat ik zoals gedaan heb? Voornamelijk een ding: niks.
Kerst in stijl met een bezoek aan de piramides van Dashur en Sakkara, en 's avonds een overweldigende hoeveelheid drank en funky dansjes (oa 'Drive the bus' en 'Pick the orange'). Daarnaast natuurlijk mijn aanvraag voor mijn visum vor Iran op de Eerste Kerstdag, en het begin van mijn project om alle ambassades in Cairo in kaart te brengen.
Voor oudjaar een bezoek van mijn vader en broer, en Margreet, Stijn en Lisa, en, bijna net zo belangrijk, een grote doos met hoognodige bevoorrading en reserve onderdelen. Heerlijk om de mensen warvan ik hou weer in mijn armen te kunnen sluiten, en een prima week samen; relaxen op het strand van Dahab, beetje duiken, beetje snorkelen, en een paar excursies. Daarnaast natuurlijk ook het prachtige hotel dat mijn vader aldaar geboekt had; heel wat anders dan mijn kleine tentje of de kleine goedkoop-ranzige hotelletjes waarik normaal in slaap. Grote kamer met zacht bed en air-co en 's ochtends een uitgebreid vijf-sterren ontbijt. Heerlijk.
Maar aan al het goede komt een eind en na een week samen was het voor hun weer tijd thuis in Nederland nuttige dingen te gaan doen. Toch iets wat je soms trouwens wel mist tijdens zo'n reis, je doet zo weinig nuttigs. Ik sloot me dus maar aan bij Joris en Stella en een hele berg andere fietsers in een van de vele kampen in 'downtown' Dahab, om, tjs, niks te gaan doen.
Na een paar weken in het duikdorp aan de Rode Zee begon ik hoe langer hoe rustelozer te worden. Een grenzeloze irritatie aan de locale middenstand, die keer op keer maar bleef proberen je extra geld uit de zak te peuteren, in combinatie van de uitgestorven doodsheid van dit befaame feestoord, waarin in de realiteit 's avonds na achten nauwelijks meer iemand op straat te vinden was. Duidelijk tijd om verder te gaan dus.
Toch wel een beetje bang voor de aanstaande eenzaamheid na weken van bijna aaneengesloten gezelschap, werd ik door broer Wind ook al niet echt welkom geheten op de vlaktes van de Sinai. Maar alleen is gelukkig nooit echt alleen. Na een dag fietsen kwam ik de Zwitserse variant van Cycletours tegen, om een honderdtal kilometers later door Mishi en Pauline naar de kant van de weg gezwaaid te worden.In Cairo, zeshonderd kilometer stug doortrappen later (de enige kilometers die ik in al die tijd gemaakt heb), natuurlijk weer een reunie met Beat en andere fietsers en reizigers die ik eerder al tegenkwam (Dahab hotel is populair wat dat betreft)
Iran liet nog even op zich wachten, dus besloot ik de rest van de wereld maar vast te bezoeken. Oezbekistan, Frankrijk, Roemenie, Uganda, je kunt het zo gek niet bedenken, of ze hebben een ambassade en in Cairo weet ik ze te vinden. Erg nuttig bezig geweest dus daar, ik vrees echter dat ik meer tijd heb besteed aan het bezoeken van de verschillende ambassadeurs wijken dan aan bijvoorbeeld de beroemde Islamietische en Koptische wijken van de stad.
Cairo zou Cairo natuurlijk niet zijn zonder de befaamde piramides van Giza. Tussen het verwerken van de vele kilo's karton die ik nodig had voor het vervoer van mijn agala, vond ik gelukkig nog een verloren uurtje voor het bezoek aan het laatste wereldwonder. Eerste gedachte bij aankmst: Euro-Disney. Wat een gekkenhuis is het daar.
Buslading na buslanding verdringt zich voor een kiekje van de Sphinx, drommen rondom Cheops, kamellenrijders proberen je met aggressieve onderhandelingstechnieken op zo'n beest te krijgen (no thanks, die marteling heb ik al eens doorstaan), en ansichtverkopers staan potificaal voor je neus wanneer jij eindelijk jouw versie van Giza op de gevoelige plaat wil vast leggen. Een stukje afstand nemen, en starhalsig de woestinjn inlopen doet echter wonderen, en even wanneer je je even later omdraait is het hele complex ineens van jou alleen.
En dan is het ineens al weer twee weken later, staat er een mooi visum voor Iran in je paspoort, ben je de trotste eigenaar van een een vliegticket naar Oman, staat er een half uur vroeger dan gepland een taxi chauffeur voor je duer, en is het toch echt tijd voor afscheid van alle andere andere hotelgenoten waarmee je je de afgelopen twee weken vermaakt heb. Maar, goed toe, want, nu ga ik weer eens echt echt fietsen. Oman, Dubai en Iran, here I come..