Na een succesvolle fietsreparatie in Nagano en een heerlijk culinair verblijf bij Erika, werden de afgelopen weken voornamelijk gekenmerkt door afwisselend bittere kou en gloeiende warmte, in combinatie met een aantal belangrijke mijlpalen, maar een zeer gering aantal kilometers in het zadel. Hoe dat kwam, lees je hieronder.
Na ruim een week verblijf binnen de gastvrijheid van Erika haar appartement uitgerust met een heerlijke keuken, verwissel ik met enige tegenzin haar warme omgeving voor de flink koudere buitenlucht. Regenspetters vergezellen me, ik overweeg terug te gaan, maar zet toch door.
In regenkleding gehuld word ik dus op de eerst volgende heuvel verrast door een fris sneeuwbui, en al rillend begeef ik me zo snel mogelijk naar de een supermarkt. Opwarmen aan de hand van een maaltijd noedels, en snel een paar extra lagen onderkleding erbij. Ik houd het vol tot het kasteel van Mutsumoto, alwaar ik besluit dat kamperen vandaag geen optie is, de buidel gaat open en ik tel een behoorlijke som neer voor een simpel hotelletje.
Deze trend zet zich voort. Omhoog de Japanse Alpen in, overnachten in een jeugdherberg en de volgende dag wederom een regen en sneeuwstorm. Ik had met Nancy afgesproken haar diezelfde avond te ontmoeten, maar de bergpassen zijn in verband met weer gesloten, afgezien van het feit dat ik sowieso al de voorkeur geef me niet vrijwillig aan een rit door de sneeuw te onderwerpen. De eigenaar van het hostel biedt echter uitkomst, en biedt me aan me in zijn busje via een tunnel naar de andere kant te brengen. Schoorvoetend stem ik maar in.
Takayama is een prima, zij het enigszins saai, stadje, en ik vergezel Nancy en haar vriendinnen naar Taiko drum les en een maal okinomiyaki. Er wordt meer sneeuw verwacht, dus de volgende dag spoed ik me snel de bergen uit; precies volgens het weerbericht nog een paar vlokjes op het hoogste punt, en dan zoef ik naar beneden door een gebroken zonnehemel.
Door Gifu en langs Nagoya, vieze industrie, agressief verkeer, onvriendelijke gezichten. Voor het eerst in Japan. Dan door een iets warmer gebied toch wederom omhoog en op naar Nara-ken. Een prachtige serie heuvels en dan idyllisch afdalen tussen de theeplantages door, afgewisseld met nauwe valleien vol met dennen- en bamboe bos.
In Nara arriveer ik bij Mayumi. Ze is druk bezig een cafe te openen in het oude hart van de stad, en vanavond organiseert ze een klein feestje voor haar vrienden. Ook Istvan en ik zijn uitgenodigd, en terwijl zij het druk heeft met van alles en nog wat, spenderen wij het weekend zonder onze gastvrouwe ooit gesproken te hebben.
Wanneer we zondagavond dan toch eindelijk een keer een gesprek aan weten te knopen, blijken we elkaar wel te liggen en van het een komt het ander, en verblijf ik uiteindelijk bijna een maand in Nara, en help Mayumi met het opknappen en voorbereiden van haar cafe.
Ondertussen vertrek ik met een retourtje Korea in mijn zak naar het buurland omdat mijn Japanse visum aan het verlopen is, en spendeer daar een week in Busan met Eric, Shawn, Tim, Jess, en andere oude en nieuwe vrienden. Bijkletsen, feesten en nadenken bepalen het beeld. Lekker ontspannen.
Aldaar beslis ik dan ook dat ik eigenlijk gewoon verder wil gaan met mijn fietstocht. Lekker bij Mayumi blijven en eventueel een tijdje in de keuken van haar te openen cafe werken is op zich wel heel aantrekkelijk, maar ik voel dat ik daar op de lange termijn niet gelukkig van ga worden. Daarnaast zijn er ook een behoorlijk aantal beperkingen die de Japanse maatschappij legt op het hebben van een relatie.
Nog een week klus ik dus voort, op het nippertje weten we alles nog in te richten en klaar te maken voor het grote openingsfeest, en dan is het tijd om te vertrekken. Met een leeg gevoel en een traan in mijn ooghoek stap ik op, voor een on-inspirerende koude rit naar Kyoto.
Vanaf daar verder naar Kobe en met een boot naar Takayama, omdat het tussenliggende eiland enkel met de auto bereisd mag worden. Shikoku is geweldig, en voornamelijk de Iya vallei is prachtig. Goed klimmen langs een rivier met bijna groen water, prachtige weerspiegelingen van traditionele dorpjes, een befaamde touw brug, en natuurlijk, Manneke Pis.
Helaas blijkt de uitgang van de vallei niet op de plaats te zijn die door mijn kaarten werd aangegeven (de eerste keer dat er een foutje op te vinden is), hetgeen me nogal duur te staan komt; 's avonds zou ik met Andrew en zijn vrienden Kerstavond vieren, maar de hierdoor veroorzaakte omrit van ruim 50 kilometer zorgt er voor dat ik de personificatie van het verloren schaap word, en een soms vrij angstige nachtelijke rit tegemoet ga.
Met nog ongeveer tien kilometer te gaan, neem ik tegen tienen voor de zoveelste keer contact op om mijn positie door te geven, het moment waarop Andrew me maar besluit te komen halen. Een heerlijke kerst maaltijd van kalkoen en alles wat daar bij hoort staat op me te wachten, maar de motivatie om van al dit lekkers te genieten ontbreekt grotendeels; ik ben kapot.
Dat is de volgende twee dagen echter anders, ik kom bij in het appartement van Andrew (die een aantal weken eerder zijn eigen versie van noord naar zuid op de fiets voltooide) en zijn vriendin, en kook en geniet er op los.
Langs de zuidkust van Shikoku, die met bijvoorbeeld bloeiende Aloe Vera en een struikig landschap in de heuvels, een duidelijk andere begroeiing heeft dan de gebieden die ik hiervoor zag, zet ik mijn weg voor naar Kochi. Een experimentele overnachting in een internet cafe en dan de heuvels weer in.
Overvallen door hevige wind en sneeuw, vries ik op slechts een paar honderd meter boven zeeniveau vast. Kampeerplaatsen en accommodatie zijn niet voorhanden, dus leg ik mij toe op een niet afgesloten schuur, en spendeer de nacht bibberend tussen een voorraad toiletartikelen. Bij het krieken van de dag dus snel afdalen naar de andere kant en opwarmen in een onsen. Dat ik ondertussen ook nog de grens van 20.000 kilometer passeer vergeet ik bijna.
De kou begint behoorlijk aan mijn motivatie te knagen, dus ik besluit mijn voorgenomen route over eilandje in de Inland Sea op te schorten en per direct op de boot naar Hiroshima te stappen.
Maakte ik vooraf nog lacherig de opmerking dat ik lekker nieuwjaar in Hiroshima zou vieren en een paar rotjes af zou steken, na een bezoek aan de A-bomb dome denk ik daar heel anders over. Hetgeen hier bijna zestig jaar geleden gebeurde is nu nog nauwelijks voor te stellen wanneer je ziet wat voor een moderne stad Hiroshima nu is, maar met een brok in mijn keel en gevoel om te huilen loop ik er rond, wanneer ik een aantal foto's van net na de bom gezien heb.
Totale vernietiging. Niks dan de resten van een rokende massa, hier en daar een stompje van waar eens een boom stond, en af en toe het geraamte van een willekeurig gebouw. Dit is verschrikkelijk. En toch gaat het leven door, getuige de eenzame fietser die op een van de printen de brug van een verwoeste stad oversteekt.
Dit, en ook de Jappanse cultuur, zorgen er voor dat nieuwjaar iets anders uitpakt dan ik verwacht had. Geen massaal feestgedruis, maar ingetogenheid in een stad waar de deuren van het beroemde uitgaansdistrict gesloten zijn. In plaats daarvan een kleinschalige demonstratie voor wereldvrede, en de Jappanners die en masse naar de lokale shrines trekken om voor geluk in het nieuwe jaar te bidden.
Ik bezoek met een paar andere reizigers de beroemde torii van Miyajima, een prachtig rode tempel poort die in het water voor dit heilige eiland staat. Net als op Nara een grote populatie tamme hertjes, als boodschappers van de goden tegen eventuele jagers beschermd. Genieten rond zonsopgang, een goede keuze zo blijkt later, want rond te middag drommen massa's rond het tempel complex, nog drukker dan de Kalverstraat op zondagmiddag.
Uitgerust verder de kou in, en langs de kust op naar Kyushu en Okinawa, waar ik hopelijk wat meer warmte zal vinden. Vanaf daar zal ik de komende maanden verder reizen naar Taiwan, Maleisie en Indonesie, om rond mei in Bali te arriveren. En daarna, daarna neem ik waarschijnlijk even pauze..