Allereerst een shout-out naar alle mensen die me de afgelopen maanden in Japan gastvrij hebben ontvangen via CouchSurfing.com en HospitalityClub.org. Zonder jullie had ik me nooit zo veel in Japan kunnen vermaken als ik dat gedaan heb, en daarnaast heb ik door jullie een boel over de lokale cultuur kunnen leren op een manier die onmogelijk was geweest had ik de hele tijd in mijn tentje gelegen. Ken (+ouders), Greg, Yohei (+ouders), Yuri en Erika super bedankt allemaal!!
Inmiddels ben ik al weer bijna twee maanden in Japan, een heerlijk bijzonder land. De prijs, tjsa, niet echt altijd even voordeling, maar door de meeste nachten in de tent door te brengen en dat af en toe af te wisselen met een overnachting via bijvoorbeeld CouchSurfing.com is het goed te overleven. Niet betalen voor je overnachtingsplek zorgt er namelijk voor dat je bijna al je geld op kan maken aan eten. En dat doe ik dus ook; heerlijk!
Verassend genoeg is er in een geindustrialiseerd land als Japan een gigantische hoeveelheid natuur te vinden; parken, bossen, rivieren, meren, weilanden. 's Nachts springen de herten geschokken weg en is hun lokroep overal te horen en dien je op te passen voor vossen en beren. Het stikt van de vogels, tsjirpend in een boom of impossant jagend met gigantische vleugelbreedtes, en met enige regelmaat zijn dode slangen en grote knaagdieren langs de weg te vinden. In sommige delen van het land is het jachtseizoen in volle gang, dus een nacht vol geknal, terwijl alle bloemen en planten nog vrolijk voorzien zijn van geurige en kleurige versieringen.
Terwijl ik rond fiets zie ik het rijstseizoen aanbreken en voorbij gaan, gele sprieten worden handmatig afgesneden en op stellages te drogen gehangen, om vervolgens uitgeslagen en verwerkt te worden. Aardappels, uien en wortelen komen naar boven in Hokkaido en gras wordt voor de winter opzij gelegd, terwijl meer naar het zuiden massa's appels, manderijnen en kahki binnengehaald worden en paddestoelen afgeplukt. En dat alles in een land waar je in eerste instantie aan gigantische metrolpolen met veel spiegelend glas, neonlicht, tv muren op straat en elektronische gadgets zou denken.
In werkelijkheid lijkt dit alles echter een diep scheidingsvlak in de modernisatie te zitten. Terwijl de computergadgets en digitale camera's als warme broodjes over de tafel gaan en toilets van zetelverwarming voorzien zijn, ontbreekt in veel huizen enige vorm van isolatie of centrale verwarming, werkt de douche met een hoogst onveilige en onhandige gasbrander en dien je in indien je in het ziekenhuis beland voor je eigen verzorging te zorgen. De moderne tijd is dus nog niet overal doorgedrongen.
Mijn overtocht naar Japan blijkt even gefrustreerd te worden door het feit dat de ticketverkoper in Busan begint te zeuren over het feit dat ik slechts een enkele reis aanschaf, hetgeen volgens de Japanse immigratie wetgeving niet zo mogen (je dient te kunnen bewijzen dat je het land ook weer uitgaat, nadat je eenmal binnen bent geraakt). Nadat hij ook nog mijn lading Arabische stempels treft (iets waar hij niks mee te maken heeft, hij werkt immers niet bij de douane), begint hij helemaal stennis te maken, en weigert me aanvankelijk mijn ticket te verkopen.
Hij belt over en weer met ik weet niet wie, en begint te zeuren over Thailand. Wat dat er nou weer mee te maken had weet ik ook niet, maar hij wilde per se weten of ik daar wel eens geweest was. Nadat ik hem keer op beloofd had dat ik echt nog nooit in deze Zuid Oost Aziatische staat geweest was, was het ineens allemaal goed, hij bood zijn welgemeende excuus aan voor twee uur geneuzel en wenste mij een erg goede reis.
Ik stond bij aankomst in Japan dus enigszins te knijpen toen ik bij de douane poortjes aankom, want nog zo'n lading gezeik, daar had ik niet echt zin in. En natuurlijk, geen uitreisticket, dus meteen de vraag, waar ga je hierna heen? Ik vertel dat ik van plan ben van Hokkaido, een eiland in het noorden van Japan, naar Okinawa, het uiterste zuiden, wil proberen te fietsen en vervolgens naar Taiwan wil varen. Echt waar? Helemaal op de fiets? Wouw! Veel succes en welkom in Japan!
Het eerste wat ik in Japan doe is mezelf verdwalen onderweg naar een vervolg ferryterminal twee honderd meter verderop. Ik kom bij een kantoor van de stadplanning uit om de weg te vragen, en word meteen de werkvloer op getrokken. Meteen komen alle werknemers in actie, krijg ik van vijf kanten printes met kaartjes van het internet aangerijkt en wordt er een busje geregeld om me naar de plaats van bestemming te brengen. Eens daar worden er via de telefoon vertalers aangereikt die me helpen met de aanschaf van een ticket, en wanneer dat allemaal geregeld is moet ik mee de stad in, een hap eten. Verdwalen is best leuk!
In de stad een noedelrestaurant Japanese style. Buiten staat een automaat, daar dien je geld in te werpen en je menu keuze kenbaar te maken. Een ticket volgt, je wordt gepositioneerd in een kleine een-persoonscabine, en door een luikje krijg je je bord udon aangereikt. Een druk op een belletje en de tweede serving volgt. Totaal anoniem. Een beetje vreemd, maar erg interessant.
De twee dagen die volgens spendeer ik op de boot. Varen naar Hokkaido, zoals het plan was, en dan op de fiets naar Sapporo. Eens daar gastvrije ontvangst door Ken, en de eerste periode van wachten breekt aan, er moet een nieuwe buitenband (die al een aantal weken erg aan vervanging toe was) vanuit de buurt van Tokyo komen. In die tijd word ik door Ken en zijn moeder compleet in de Japanse eetgewoontes onder gedompeld. Miso soep, teriyaki, ghenghis-kahn, sushi, sashimi, nato-beans, vis ogen, en een nog heel scala aan maaltijden waar ik de naam niet van weet, ik denk dat er niet veel aspecten van de lokale cuisine aan me ontsnapt zijn. Heerlijk!
Hokkaido is naar mijn idee een leuk eiland maar enigszins over-rated. De natuur is mooi en puur, onafgebroken wouden en een ruige zee, maar er is net een tikkeltje te weinig afwisseling te vinden. Nou zou dat kunnen komen door de route die ik mezelf voorspiegelde; eerst naar het uiterste noorden van Japan en dan een rondje om het eiland. Probleem hierbij is dat het oosten en midden van het eiland uiteindelijk nou net het interessantste bleken te zijn, en daar bracht ik door deze route helaas relatief weinig dagen in door. Daarnaast hielp de regelmatig hevige regen natuurlijk ook niet echt bij het bereiken van het optimale geniet gevoel.
Halverwege tussen Sapporo en Wakkanai kom ik Amerikaan George tegen, een dag rijden we samen op, maar hij blijkt net iets meer een regenbikkel dan ik, en hij vertrekt de volgende morgen dan ook in de volle regen, terwijl ik de tijd probeer te doden met een wielertijdschrift, waarin de afgelopen Tour de France uitgebreid wordt samengevat. Ik haal echter uiteindelijk ook het noorden en na een paar dagen mooi weer kom ik een week later eindelijk aan in gevangenisdorp Abashiri, waar ik zelf ook vast geraak door een voorbijrazende typhoon.
Overnachten in een Rider House, een speciale goedkopere accomodatie mogelijkheid voor fietsers en motorrijders, en afwachten dus. Regen en wind, hoe erg kan dat zijn, ik ben toch wel wat gewend als Nederlander, denk ik bij mijzelf, en slechst gekleed in een windbreken begin ik een vijftien minuten durende wandeling naar de lokale bibliotheek. Bijna verzopen kom ik aan. Wind waar je nauwlijks doorheen kan lopen, een striemende muur van regen en het water onder de brug een zwarte kolkende massa. Of ik de beroemde zalmen nog heb gezien? Ja, die dreven een paar dagen later vrij dood over de golven heen.. Volgende keer typhoon kleed ik me dus fantsoenlijk aan.
Wanneer ik me er een paar dagen later uiteindelijk weer buiten waag bestaat het weerbeeld uit afwisseld zon en erg veel regen, dus wederom doorweekt geraken. Overnachten in Rider Houses voor een droge plek, gratis in een porta-cabin zonder slot op een parkeerplaats naast een station, en heerlijk in een bos met een paar toffe motorrijders, die me verassen met een aantal heerlijke traditionele maaltijden. Furano, onthoud die plaats.
Terug naar Sapporo voor een paar remblokjes en dan over met de boot naar het hoofdeiland van Japan; Honshu. Greg brengt me onder in verwarrend Hachinohe en introduceert me tot een heerlijke onsen, heerlijke baden, maar met af en toe een vreemde touch, zo bieden ze ondermeer een elektrisch bad en is de sauna uitgerust met een gigantische thuisbioscoop. En dan gaat de tocht verder. Het blijft landelijk, maar het raakt me meer. Hier gebeurt iets. Er zit een diepere laag onder. Ken klaagde eerder al dat Hokkaido wel mooi was, maar dat het eiland geen eigen identiteit of eigen cultuur had. Ik begin langzaam te snappen wat hij daar mee bedoelde.
Langs idylische meertjes, door diepe kloven, groen bebosd, maar de natuur is de baas en eet zijn weg de straten in. Op stellages liggen rijst en andere gewassen te drogen, en de vruchten hangen groot en sappig aan de vele fruitbomen. Prachtige herfstkleuren, intens en met alle kleuren van de regenboog, van vuurrood tot goudgeel, groen, bruin en alles wat er tussen zit. Frisse stroompjes langs de weg, en verassend genoed lijkt het hier zowaar rustiger te zijn dan op Hokkaido.
Via een samuraidorp en een oude tempel met een volledige goud ingerichte kamer (helaas niet zo spectaculair als het klinkt), kom ik via een paar omwegen weer in de regen terecht. Diezelfde avond had ik afgesproken Yohei te ontmoeten, dus ik besluit door te rijden, verlangend naar een warm bad en een droge plek. Compleet doorweekt, met plastic zakjes om mijn handen en voeten weet ik het tot zijn woonplaats in Tendo te schoppen. Daar begint, naast een heleboel gastvrijheid en lekker eten van zijn ouders en een toevallige ontmoeting met Youri, mijn tweede periode van wachten. Een zadelmoer die ik moet vervangen komt later aan dan ik verwacht had. En blijkt dan helaas ook nog eens te smal te zijn, waardoor ik een hele middag spendeer om het ding op maat te veilen.
Onderwijl ontdek ik de omgeving; het impossante tempel-complex van Yamadera, de scheiding tussen deze wereld en het hiernamaals, volgepland met gigantische cypressen, en heerlijke kleine bosweggetjes, steil klimmen en genieten van een afgrond, en dan ineens, in een wieland, een groep apen in een skigebied. Ik kijk mijn ogen uit. Ik dacht altijd dat apen in tropische klimaten leefden, en dat is het hier, met nachttemparaturen van rond het vriespunt, toch zeker niet.
Verder door de bergen en dan terug naar de kusten van de Oost Zee, die ik weken terug verliet, maar dan aan de andere kant van de plas, terug in Korea. De weg is spectaculair door de zee en de vele kliffen gebouwd, terwijl hij meer landinwaards van grote bamboebossen voorzien is. Prachtig.
Ik merk mijn fiets langzaamaan steeds meer herrie begin te maken, en concludeer uiteindelijk dat mijn achteras weer aan het opspelen is. Bijgevet door de lokale fietsemaker houdt hij het een tijdje uit, ergste gekraak is weg, maar schakelen wil ineens niet lekker meer. Wanneer ik een aantal dagen later in Olympisch Nagano aankom bij Erika, begint periode nummer drie. Een tocht langs de fietsenmaker, een telefoontje met haar man, en dan contact leggen met Nederland. Na veel overleg wordt uiteindelijk het precieze probleem achterhaald. Gelukkig is een en ander waarschijnlijk te repareren, maar voordat de nodige onderdelen op de plaats van bestemming zijn we al weer een tijdje verder. In de tussentijd natuurlijk lekker schaatsen op het verlaten legendarische ijs van de Nagano M-Wave (waar ik niet veel van bak), en iedere avond lekker zelf in een echte keuken koken. Een eentonig dieet van curries, italiaans en mexicaans, genieten.
Hopelijk is alles van het weekend weer in orde, en kan ik mijn tocht naar het zuiden van Japan voortzetten.
Tot de volgende update!
Eelco