Ooit, lang geleden was het leven goed. Koek en ei, iedere avond gouden schalen met gebakken vlees en verse groente, meerdere sterren op de deur van een schitterende hotel kamer. Duidelijk genieten, doen waar je zin in had. Trek in iets lekkers? Prima, gewoon doen. Een rondje bier? Geen punt, gerstennat gaat hier per kilo. Iets leuks gevonden? Van jou dus. Maar die tijden zijn niet meer, dat was vroeger, toen het gras nog groen was en de wolken blauw. Alhoewel...
We springen bijna twee maanden terug in de tijd. 1 augustus 2006. De dag dat ik precies een jaar onderweg was, en voor de tweede keer afscheid zou nemen. Een heerlijke week bij Nancy en Tina, en zelfs konijn Quinquin had er een nieuw idool bij.
Dit keer ging ik echter niet alleen. Met Linda aan mijn zijde (http://www.bangkok-beijingbybike.org/) aanvaarde ik de tocht naar het oosten. Door barre omstandigheden, maar in goed geluk. China werd namelijk geteisterd door een hittegolf, al weken boven de 40 graden in Chongquin, op wonderbaarlijke wijze wisten wij echter tussen een en ander door te slingeren.
Het blijft echter warm, en wij krijgen andere problemen. Het is hier namelijk behoorlijk smerig. Of eigenlijk gewoon heel erg smerig. We zijn ten oosten van Xian, en begeven ons in een van de grootste steenkool gebieden van China. Donkere luchten, grauwe gebouwen, vieze vrachtwagens die van alles en nog wat uithoesten, en wij zijn iedere dag binnen een uur voorzien van een zwarte laag op armen en benen. Jammer dat het nog geen Sinterklaas is, een beetje rode lippenstift, en we zouden zo voor een van zijn helpers door kunnen gaan.
Maar, een beetje afzien brengt vaak een beloning met zich mee. Een ruime week hoesten later mogen we namelijk een kijkje nemen bij de Longmen grotten. Prachtige stenen beelden van Sidharta en zijn helpers, reservegoden en Buddha behang met bloemetjes.
Mijn tijd in China is tevens bijna op, geen zin om te haasten, en nog even genieten van gezelschap, zingen in het Nederlands en slap ouwehoeren, terwijl Linda me ondertussen ook nog even probeert op te voeden tot genteman (ik hoop voor haar en de rest van de wereld dat dat een beetje gelukt is..). Ik begeef me dus naar het lokale politiestation voor een visum verlening. Problemen bij de een, in de stad verderop nog meer, maar drie maal is scheepsrecht, en mits ik afzien van de tweede entry waar ik visum technisch nog recht op heb (liever niet), mag ik nog wel een maandje Chinezen. De beste van de niet al te goede opties die me nog resten dus maar.
De tocht gaat verder naar de befaamde tempels van Shaolin, de thuisbasis van Kung-Fu. Meer een militair trainingskamp dan een Buddhistische tempel, maar zeer de moeite waard en erg impressive wat er aan demonstraties te zien is. Een klein minpuntje is de gigantische toegangsprijs, waarbij je dan nog allerlei toeslagen moet betalen als je nog specialere plekjes wilt bezoeken. Het ruikt hier weer eens te veel naar geld.
Via kleinere Kung Fu scholen, vol met hard trainende (maar daarom niet minder vrolijk zwaaiende) koters, rijden we een monster etape naar Kaifeng. Eerst nog smoggy, maar op een kruispunt slaat het weer om, en breekt te lucht open. Eindelijk blauw, wat vrijer ademhalen, en tussen appelbomen en maisvelden door. Een paar sprinklers in het weiland en je zou op sommige momenten zo zeggen dat je in Flevoland bent.
Kaifeng is heerlijk. Ontspannen stadje, veel water en parken, en een behoorlijk interessante binnenstad. Nog oude houten huisjes, orginele Chinese sfeer, en niet de hoeveelheid aan staal, spiegelglas en aluminium die je normaal gesproken aantreft. Lekker eten op de nachtmarkt, en ontspannen ontbijten met spicy gevulde pannenkoekjes met ei. De vraag is echter voor hoe lang nog.
De Buddisten maken plaats voor de Taoisten, want dit is het land van Confucius. Verwarrend? Valt wel mee. De nazaten van de grote Chineese denker bezitten een landhuis dat het grootste deel van het centrum van het stadje Qofu inneemt, en zo lang je je ouders eert en respect hebt voor het leidend gezag komt alles wel goed. Als je dan ook nog eens de Tai Shan beklimt dan kan je daar wel 100 mee worden.
Dat doen we dus ook. Vroeg in de morgen beginnen we aan de martelgang die ruim 6000 treden zou duren. Soms ontspannen als een wandeling door het park, vaak onmogelijk zwaar door smalle treedjes en hoge stappen. Binnen twee uur sjees ik naar boven, Linda doet er iets langer over, en ik verander in een levende waterval. Alles is nat en doorweekt, niet verassend na een dergelijke inspanning met lange broek in warm zomer weer.
Het eerste wat je boven op de berg zegt schijnt een magische lading te hebben. Vereeuwigd te worden in de loop der tijden. Schreeuwt uw wijsheid en laat het de wereld horen dus. Al dagen liepen we onderweg te filosoferen over wat die van ons zou zijn, maar het lot wil anders.
Door een ongelukkig beweging bij het maken van een foto laat ik mijn toch al schaars gevulde waterfles zo goed als leeg lopen. Shit! En zo geschiedde het, mijn wijsheid aan de wereld vanaf de Tai Shan... Linda brengt het er trouwens een stuk beter vanaf, met een gezellige glimlach en een altijd vrolijk "Ni hao!".
Nog een klein bergje en dan is het tijd voor de Verre Oostpolder. Of Overijsel? Of, tsja, wat precies, weet ik ook niet, behalve dat het me heel erg aan thuis doet denken. Schreef ik pas geleden nog dat het nergens zoals in Nederland was, misschien is zelfs ook dat niet helemaal waar. Plat als een pannenkoek, hier en daar een gezellig meanderende rivier, breed en langzaam stromend, vermoeid van een lange tocht door de binnenlanden.
Door een foutje belanden we bijna in een parenclub (of was het toch een normale sauna?), al op veel gekke plaatsen de nacht doorgebracht, maar dit gaat toch echt net te ver. Ergens anders luxe tussen mooie dames in het rood (dat kunnen ze goed hier), en dan op naar Qingdao. Feest want een internationaal zeilevenement, maar toch ook niet, want de sporters worden op een bepaalde manier met succes uit het centrum geweerd.
De Duitse achtergrond van de stad is trouwens goed te merken; voor het eerst sinds tijden weer een kerk, Maria voor de deur en verwarring bij de Chinezen; Je-su, owh wacht, is dat niet de heilige man van de Europeanen? Fameus Tsingtao bier wordt verkocht vanuit de tap in een plastic zak en verkocht voor dertig cent per kilo. Proost!
Alles komt echter tot een einde. De wegen die Linda en mij al enige weken bonden scheiden zich hier, ik naar China, zij verder naar Mansourije en Beijing. Weer alleen verder, geen gezelschap en zinloze discussies meer. Over welke sporters het Nederlands kabinet zouden moeten vormen. Cruijf op Buitenlandse zaken en Geesink op VWS bijvoorbeeld. Bijna een maand samen gereisd, en dat was perfect. Bedankt Linda en veel succes met je tocht naar Beijing!
De boot en haven in, dringen voor de terminal en met een bus naar de boot, want fietsen mag niet. Lekker bootje, ontspannen bed, en zelfs een plastic kersenboom om het geheel op te vrolijken. Voorspoedig naar Korea, en op naar een cultuurschok.
Dezelfde avond sta ik namelijk met Dawn (CouchSurfing hoogh!) en haar vrienden in de kroeg in Seoul. Feestje. Ik ben echter compleet de weg kwijt. Winkels verkopen alles wat ik al maanden niet gegeten heb, Starbucks en MacDonalds op elke straat hoek, bier in een pul en een bruin cafe met Europeese muziek en meer witte gezichten bij elkaar dan ik in tijden gezien heb.
En daarnaast de prijzen natuurlijk. Alles is hier makkelijk tien keer duurder dan in buurland China. Maakt je denken over de waarde van geld. Waarom moet je hier twee dollar betalen voor een maaltijd die een paar honderd kilometer verder op slechts 20 cent kost? Zelfde grondstoffen, zelfde ingredienten, zelfde kwaliteit, maar toch tien keer duurder. Een watermeloen doet 15 dollar, een halfje wit een dikke euro. Maar ondertussen maakt het die watermeloen geen moer uit of hij nou in China of Korea gecultiveerd wordt, de meloen is hetzelfde, de prijs veranderd. Ook raar om te realiseren dat ik als arts-in-opleiding zometeen 4000 euro per maand kan gaan verdienen, in een maand verdien ik dan dus bijna even veel geld als ik nodig heb voor een jaar reizen. Verwarrend.
Specialized Korea stelt me voor een zacht prijsje een paar nieuwe fietshandschoenen ter beschikking, en tussen massa's mountainbikers allen uitgerust in de laatste high-tech fietskleding, begeef ik me de Koreaanse binnenlanden in.
Puur genieten, dat is het woord. Ik kan weer ademhalen, de lucht is schoon, de bomen groen, bossen en gezellig kabbelende stroompjes stromen door eindeloze heuvellandschappen. Datgeen waar je in Belgie en Frankrijk altijd zoekt, kom je hier tegen. Iedere avond een prive kiezelstrandje en klaterend water. En het gaat maar door.
Prachtige herfstlandschappen en kram in de handen in Odeasan National Park, en langs de Oost Zee naar het zuiden. Korea is door midden. Een overtocht naar eiland Ulleung-do zit helaas niet in het vergiet, maar ik spendeer mijn tijd op een andere manier. Van een Jappanner leer ik dat de budget overnachting van Korea de Jim-jil-bang, ofwel de sauna is.
Kijk hem aanvankelijk raar aan als hij me voor een nachtje in de sauna uitnodigd, maar ga uiteindelijk toch overstag. En dat is genieten, zeker als je je al een paar dagen niet meer gewassen hebt. Douchen, baden, zweten, ontspannen, en dan op naar het slaapvertrek. Uitgeslapen? Dan nog een rondje sauna, en met een zweverig hoofd in het zadel.
Drogende inktvissen op een touwtje langs de weg, genieten van kimsi (salade met veel sambal) en gimbab (rijst en vis in een rol van zeewier), gedroogde vis flakes en natuurlijk een boterham met pindakaas. Als je eenmaal de weg weet is Korea best te overleven; slapen in je tentje of in de sauna, eten wat lekker is, en je uurtje surfen krijg je er gratis bij.
In Gyeongju bluf ik me tegen een belachelijk lage prijs naar binnen toe, en wordt weer eens lekker ouderwets door een massa andere reizigers omgeven. Gezellig blijven hangen, kletsen, samen de hort op. In Busan wederom een Couch Surfer, Eric de held, die me van alles voorziet dat ik mogelijkerwijs nodig zou kunnen hebben. Drank en spelen, pizza, bier en karaoke.
En dan, wederom, bootje varen, theetje drinken. Drie dagen dobberen en op naar Hokkaido, het noordelijkste eiland van Japan, het land der machines. En wat me daar allemaal te wachten staat, kunnen jullie over een paar weekjes lezen..