Je bent nu hier:

Waarom deze reis?

Als jochie van acht maakte ik mijn eerste fietstocht met bagage. Met mijn ouders en broertje samen op de fiets door Nederland. Korte afstanden, misschien 40km per dag, en op bijna iedere camping minimaal een dag rust. 's Avonds op de Staatsbosbeheer campings met alle kinderen om een groot kampvuur, een stok, een stuk deeg erop en dan stokbroodjes bakken. Heerlijk was dat.

Het klimmen ging me nog niet al te goed af; op de allereerste helling die ik als kleine jongen ergens op de Veluwe moest nemen, haperde het schakelsysteem van mij drieversnellingsfiets (jawel!) waardoor ik niet naar boven kwam, en bijna naar boven toe werd geschreeuwd door mijn vader (iets waar hij in dergelijke situaties erg goed in was, leerde ik later).

Na twee van dit soort vakanties gingen we echter weer gewoon met auto en tent in het buitenland op vakantie (Griekenland als ik me niet vergis), totdat de collega's van mijn vader besloten dat ze wel eens langer dan de gebruikelijke drie weken weg wilden.

Zo gezegd, zo gedaan, en na een aantal jaar was het ook aan hem een dergelijke vakantie te gaan vieren. De keuze viel op Indonesië, en om de kosten enigszins te drukken werd besloten om op de fiets te gaan. Bij wijze van test reden we de zomer ervoor vanaf Gotenburg terug naar Nederland. Dit beviel goed, dus de reis naar Indonesië kon doorgaan.

Die tocht zal me altijd bijblijven. De lange vliegreis, de zwoele tropische plaklucht zodra je het vliegtuig uitstapt, alles anders, grote groepen straatventers, afgezet worden, prachtige wouden waar de aapjes over de weglopen, aardige mensen, prachtig kleurige kleding en vreemde dansen, varen op een bootje met de wc in de keuken en pannenkoeken met banaan en kakkerlakken voor ontbijt, de komodovaraan en een prachtig houtgesneden schaakspel; een heerlijke reis.

Toen ik thuiskwam was het besluit eigenlijk al genomen; ik wilde terug naar Indonesië, maar dan zou ik er helemaal heen fietsen. Ik was vijftien, bladerde door de atlas en verzon een onmogelijke route dwars door Rusland, Abchazië, de woestijnen van Turkmenistan en Afghanistan en ook nog een stukje door de jungle van Birma. Wist ik veel dat dat allemaal plaatsen waren waar je niet kon komen, of maar beter weg kon blijven.

Twee jaar later maakte ik mij eerste fietstocht alleen, en iedere keer als ik weer thuiskwam, dacht ik aan het heerlijke gevoel van reizen, fietsen en onderweg zijn, en droomde ik weg bij de kaarten in de Atlas.

Tijdens mijn studie kwam ik er al snel achter dat het meest ideale moment om weg te gaan direct na het behalen van mijn doctoraal examen en voor het begin van mijn co-schappen zou zijn. Het Indonesië-idee was inmiddels een beetje op de achtergrond geraakt, en ik had grote plannen om voor mijn studie naar Zuid-Afrika te gaan en vanaf daar terug naar huis te rijden.

Doordat ik echter enigszins klem zat met mijn studie, mijn moeder ziek werd en overleed, en ik daarnaast ook geen geschikte stage-plaats kon vinden ging dit idee voorbij. Totdat ik tijdens een fietstocht in Schotland, het was toen augustus 2004 en ik reed op een prachtige weg door het ruige landschap van de Hebriden, besloot dat ik op 1 augustus 2005 naar het Oosten zou vertrekken. Ik moest dan nog wel bijna anderhalf jaar studie afronden binnen dat jaar wat ik mezelf gesteld had, maar dat zou vast goed komen.


Foto's


Vertaal deze pagina in het